Category Archives: Cinema

Il Cinema Repubblica

The Gentse Feesten, one of Europe’s biggest street festivals, hosts countless cultural events, such as concerts, (street) theater, debates and expositions. Until last year, however, a film event was lacking (although the past has seen some attempts to include open air and other film screenings). Il Cinema Repubblica now provides the Gentse Feesten with a film event to be proud of.  This four day silent film festival (17-20 July) is an initiative of the audiovisual company Republic of Reinvention, in collaboration with Cinematek (the Royal Belgian Film Archive, taking care of the film programming together with Cinea) and the School of Arts Gent (providing the beautiful historical setting of the Miry concert hall in the heart of Ghent).

20180719_200715

Bruno Mestdagh (Cinematek) introducing the films of Alfred Machin

All films are accompanied by live music: the first two days by musicians from the conservatory, the last two days by Hilde Nash, Cinematek’s house pianist. The first day had slapstick films, the second day served some rare copies of the Cinematek, the third day (which I attended last night) focused on the films of Alfred Machin and the fourth day combines a Chaplin classic with an early Italian feminist film and an obscure porn film from 1920. Hopefully Il Cinema Repubblica has come to stay!

Summer Film School Rotterdam

Today was the first day of the Summer Film School Rotterdam, an intensive five-day programme of lectures and film screenings organized by the cinephile platform Roffa Mon Amour in co-operation with Cinea, whose yearly Summer Film College in Antwerp served as an inspiration source. The first edition of the Summer Film School Rotterdam focuses on the work of two very different directors: the provocative American filmmaker Brian de Palma and the French ‘Rive Gauche’ director Alain Resnais. The lectures on Brian de Palma are given by film critics Cristina Álvarez López and Adrian Martin, while Alain Resnais’s films are analyzed by film scholars Patricia Pisters (University of Amsterdam) and Nadine Boljkovac (Falmouth University).

Summer Film School

Patricia Pisters’s lecture on Alain Resnais

The Summer Film School kicked off with a very inspiring lecture by Patricia Pisters. After introducing the serious and the playful Alain Resnais, she provided us with great insights into one of the major threads throughout Resnais’s oeuvre. Drawing on Gilles Deleuze’s writings, Pisters explained the working of and reflections on time and memory in films such as Hiroshima mon amour (1959) and particularly Je t’aime je t’aime (1968). I hadn’t seen this last film yet, and it was a delightful experience (a nice extra was to see all the Belgian references in the film, as it was shot in Ostend and Brussels). After the Resnais part of the day, Cristina Álvarez López gave an excellent introduction to the early works of Brian de Palma. Adrian Martin subsequently introduced de Palma’s cult musical Phantom of the paradise (1974), which was screened afterwards.

Publication on film policy and media convergence

For the first time since Albert Moran’s 1996 volume Film policy, a new edited volume focusing on film policy has been published. Reconceptualising film policies (Routledge) is edited by French scholars Nolwenn Mingant (Université de Nantes) and Cecilia Tirtaine (Université Paris III – Sorbonne Nouvelle) and features a chapter that I wrote together with my PhD and postdoc supervisors Daniël Biltereyst, Philippe Meers and Roel Vande Winkel. The chapter is titled From film policy to creative screen policies and focuses on media convergence and film policy trends in Flanders. You can read the full chapter here.

Book cover reconceptualising film policies

The article starts from the observation that in recent years, digitization processes and media convergence trends have changed the film industry in various ways. Scholars have indicated various alterations in the aesthetics, production, distribution, exhibition and reception of films, thereby pointing at new technological possibilities and challenges, an increasing participatory cinema culture, changes in the broader creative and economic strategies of film and media companies and an overall convergence between film and other media. The expansion of film industry activities from film to various other media has a long history. Media convergence trends, however, have recently intensified this expansion. In a European context, the role of film policy is particularly relevant in this respect, as film policy forms a crucial cornerstone for the organization of European film industries.

By focusing on recent developments in Flanders (the northern, Dutch-language region in Belgium), this case study examines how, in tune with digitization and media convergence processes, government film policy in Europe has increasingly expanded its scope. More specifically, we analyse how film policy has evolved from a focus on the production of films into a more complex set of policy measures towards ‘creative screen media’ production. With this case study, we argue that contemporary film policy should be seen within the broader media environment and media policies, which are characterized by the growth of a conceptual and practical convergence between various (old and new) media, information and communication technologies and creative arts. This transition process is not ‘new’ as such, but has remarkably intensified since the turn of the millennium. Indeed, the evolution from film policy to broader creative screens policies runs parallel with and is connected to a more general shift in government policy (in Flanders and elsewhere), from a ‘cultural’ to a ‘creative’ industries policy paradigm.

Stranger in Paradise

Following a screening of ‘Stranger in Paradise’ (2016) and interview with the director Guido Hendrikx at deBuren, I wrote a text on the film for Kinoautomat (in Dutch).

Onlangs vertoonde deBuren Stranger in Paradise. Op het snijvlak tussen documentaire en fictie onderzoekt Guido Hendrikx in deze film de Europese kijk op de vluchtelingenkwestie. In dezelfde beweging roept de film diverse ethische mediavraagstukken op.  Na de vertoning mocht ik in gesprek gaan met de regisseur. De film ging me niet in de koude kleren zitten, wat uitmondde in een tekst die op het cinefiel platform Kinoautomat verscheen. De tekst kan je hier lezen, alsook hieronder.

stranger-in-paradise.20170912032253

‘Mijn grootvader ontvluchtte Europa toch ook niet na de Tweede Wereldoorlog, toen alles in puin lag en er overal armoede heerste? Nee, hij nam zijn verantwoordelijkheid en hielp mee aan de opbouw van de welvaartsstaat. Daarom moeten jullie nu ook niet hier komen profiteren, neem jullie verantwoordelijkheid en ga terug naar jullie land. Wir schaffen das nicht.’

‘Europa is rijk geworden door de koloniale uitbuiting. Het is hoog tijd dat er een compensatie komt, een herverdeling van de rijkdom. Jullie komst vormt net een verrijking voor onze cultuur.’

‘Je komt uit Ghana en je bent op zoek naar een beter leven? En je bent geen homo? Sorry, je asielaanvraag is afgekeurd. Je komt uit Syrië en je ontvlucht de oorlog? Proficiat, je krijgt een verblijfsvergunning voor vijf jaar.’

 

Aan het woord is driemaal dezelfde leraar die telkens een groep migranten aanspreekt. In de eerste act neemt de leraar een afwerende houding aan: migranten zijn niet welkom in Europa. In de tweede act doet de leraar zich voor als een schuldbewuste, solidaire linkse jongen. In de derde act simuleert hij een asielprocedure, geheel volgens de officiële Nederlandse voorschriften. Door een fictieve leraar (gespeeld door de Vlaamse acteur Valentijn Dhaenens) uiteenlopende Europese houdingen tegenover migratie te laten vertolken, zoekt de Nederlandse regisseur Guido Hendrikx in Stranger in Paradise (2016) de grenzen op tussen fictie en non-fictie. Het documentaire element (waar de film uiteindelijk toch op vastgepind wordt, getuige zijn selectie als openingsfilm van het prestigieuze IDFA – International Documentary Film Festival Amsterdam) zit hem in het feit dat de leraar lesgeeft aan echte, net in Sicilië toegekomen vluchtelingen. De confrontatie van een fictieve leraar met echte migranten vormt de originaliteit en de sterkte van Stranger in Paradise, maar roept ook veel vragen op, over politiek én over media-ethiek.

Via de metafoor van de leraar en leerlingen in een klaslokaal biedt de film een reflectie over de machtsverhouding tussen Europa en de asielzoekers. We krijgen drie compleet verschillende politieke houdingen tegenover de vluchtelingenkwestie voorgeschoteld (rechts-emotioneel, links-emotioneel, administratief-zakelijk), maar ze vertrekken wel telkens vanuit eenzelfde westerse machtspositie. Doordat de acteur werd gescript en de ‘zichzelf spelende’ migranten niet, wordt de machtsverhouding zelfs tot op het filmdramatische niveau doorgetrokken. Bovendien krijgt de leraar als incarnatie van Europa drie gezichten, terwijl de migranten één homogene groep blijven. Stranger in Paradise gaat dan ook niet over migranten, maar wel over de bevoorrechte westerse blik op migranten.

Op dit vlak krijgt de film nog een extra laag door de epiloog. Hierin neemt Valentijn Dhaenens, ditmaal uit zijn rol als leraar en klaar om terug naar de Lage Landen te reizen, een eerder onverschillige houding aan tegenover de migranten. Hij legt hen uit met welke middelen de film gemaakt wordt (“We kregen een subsidie van 180.000 euro. – Zoveel geld! – Och ja, dat is een normaal budget voor dit soort film hoor”) en hoe hij op filmfestivals zal worden vertoond. Guido Hendrikx, die zijn film opent met een fragment uit een vroege Lumièrefilm (L’Arrivée d’un Train, 1895), stelt zich zelfreflexief op: hij erkent dat hij een westerse man is die een film maakt met een westerse man in de hoofdrol voor een westers publiek. De asielzoekers in de film zijn essentieel, maar tegelijk ondergeschikt. Na de film scheiden hun wegen en kan de regisseur overal ter wereld filmfestivals afschuimen, terwijl de migranten nog steeds amper bewegingsvrijheid hebben.

De ethische kwestie die Hendrikx hiermee expliciet opwerpt, wordt nog versterkt door de performance van de acteur: de filmmakers grijpen in in het leven van de emotioneel beladen migranten en zorgen voor dikwijls harde confrontaties. Deze manier van werken herinnert aan discussies over andere performancedocumentaires die de westerse superioriteit deconstrueerden door middel van provocerende interventies van de filmmakers, zoals Enjoy Poverty: Episode III (2008) van Renzo Martens of The Ambassador (2011) van Mads Brügger (net als Stranger in Paradise waren ook deze films trouwens openingsfilms van het IDFA). De performance zorgt ervoor dat de films heel wat provocerender en daardoor doeltreffender, maar ook wranger zijn dan de meer traditionele documentaires, die vaak een sentimentele toon krijgen in de focus op het harde migrantenleven.

Hendrikx tracht zich ethisch zoveel mogelijk te verantwoorden door prat te gaan op de accuraatheid van de interventies: de verschillende houdingen en confrontaties zijn gebaseerd op gedegen research. Deze zijn realistisch en lijken daardoor verantwoord. Nog belangrijker is de transparantie die de regisseur aanhield tijdens de opnames: de migranten werden op voorhand ingelicht dat de leraar een acteur was die een bepaalde houding zou aannemen. Bovendien reflecteert Stranger in Paradise expliciet over de ethische vraagstukken die het maken van films over kwetsbare groepen oproepen.

Deze werkprincipes en zelfkritiek sieren Hendrikx, maar de vraag is natuurlijk of dit volstaat. Is een filmmaker minder schuldig wanneer hij eerlijk toegeeft dat hij de westerse culturele elite bedient door middel van migranten die nooit op de westerse filmfestivals zullen geraken om zichzelf in de film te zien? Bestaat er überhaupt wel zoiets als een volledig ethisch verantwoorde documentaire? Is het enige alternatief dan geen film? Dit zijn vragen waar geen eenvoudig antwoord op te geven valt. De sterkte van de film is dat hij je dwingt tot reflectie over deze en andere vragen. Tegelijk komt het besef des te harder binnen dat enkel wij, de geprivilegieerde mensen die deze film kunnen zien, hier profijt uit halen.

 

Remaking European Cinema

I’m excited to announce the international symposium ‘Remaking European Cinema’! I’m organizing this symposium together with my colleagues Eduard Cuelenaere and Stijn Joye at Ghent University on 1 June 2018. See the symposium website for more information. I copy the call for papers below.

Remaking European Cinema

 A symposium on the theory and practice of the film remake in a European context

1 June 2018, Ghent University, Belgium

Confirmed keynote speakers:
– Professor Thomas Leitch, University of Delaware
– Professor Lucy Mazdon, University of Southampton
– Dr. Iain R. Smith, King’s College London

The film remake, whether as a practice or a concept, has been around since the very beginnings of cinema. While the earliest studies of the remake provided general overviews trying to sketch patterns and localize differing practices, this was followed by substantial attempts to define the remake as both a textual and cultural artefact and as a commercial business. Building on adaptation theories, scholars eventually pinpointed the intertextual properties that are inherent to (the relationship between) a source film and its remake(s). These evolutions in the research field spurred the idea of the remake as a kind of prism, which can be used to examine a variety of aesthetic, cultural, economic and social questions. For quite some time, most studies in the field were confined to the Hollywood practice of remaking non-Hollywood films, or, vice versa, non-Hollywood film industries remaking Hollywood films.

More recently, attempts are being made to look beyond Hollywood, inquiring into other nations or regions that, for example, remake their own films or the films of neighbouring countries. Notwithstanding these promising evolutions, there is still a lack of sustained research analysing the specific context(s) of European cinema. As a continent, Europe is known for its fragmentation and diversity due to the multitude of different languages and cultures existing next to and through each other within a relatively small geographical area. Although attempts to pinpoint the characteristics of European cinema are always questionable given that ‘Europe’ is as much a social, contingent and dynamic construction as other geopolitical entities, various cultural, economic and political dynamics grant the concept of European cinema analytical value. Accordingly, the purpose of the symposium is to bring together scholars with expertise in the currently vibrant field of remake studies for a discussion of the dynamics and particularities of the film remake in a European context.

Potential subjects to be addressed include, but are not limited to:

  • Historical and contemporary approaches to film remakes in Europe
  • The industrial, financial and production-related dynamics of European remake practices
  • (Regional, national and transnational) public film policies towards remakes
  • Cultural aspects of the European film remake (banal nationalism, cross-cultural comparison, cultural proximity, cultural identity …)
  • Textual aspects of the European film remake (narration, aesthetics …)
  • The distribution, programming, exhibition and reception of European remakes
  • Remakes within European national/regional cinemas (including Western, Northern, Southern, and Central and Eastern European cinemas)
  • Transnational or cross-cultural European remakes
  • European art cinema remakes
  • European popular cinema remakes
  • European remakes of non-European films
  • The European remake and theories of intertextuality, genre, seriality, repetition …
  • European remakes and questions of adaptation, ‘originality’, authenticity, authorship, ownership, copyright …

Paper proposals should include the title of the presentation, a 300-word abstract, and a short autobiographical statement.

Submission deadline: March 10th 2018.
Proposal acceptance notification: March 30th 2018.
Please send your proposals to: remakes@UGent.be

More information on the symposium website: www.remakingeurope.com

Following the symposium, authors of selected papers will be invited to contribute their work to an edited volume on this subject with an internationally renowned academic publisher and/or a special issue of an international academic journal.

This symposium is organized by Gertjan Willems, Eduard Cuelenaere and Stijn Joye, Centre for Cinema and Media Studies (CIMS) at Ghent University. The symposium is funded by the FWO research project ‘Lost in Translation? A multi-methodological research project on same-language film remakes between Flanders and The Netherlands’ and sponsored by the Film Studies section of ECREA and the Popular Communication division of NeFCA.